Wat is ASCOBANS?
De afkorting ASCOBANS staat voor Agreement on the Conservation of Small Cetaceans of the Baltic, North East Atlantic, Irish and North Seas, of de Overeenkomst inzake de instandhouding van de kleine walvisachtigen in de Noordzee en Oostzee, het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en de Ierse Zee.
ASCOBANS werd in 1991 afgesloten ter bescherming van de kleine walvisachtigen in de Noordzee en Oostzee onder de auspiciën van het UN-akkoord voor de instandhouding van de migrerende, in het wild levende diersoorten (Verdrag van Bonn, UNEP/CMS). Het akkoord werd begin 2008 uitgebreid naar het Westen. De toetreding tot ASCOBANS staat open voor alle staten (d.w.z. elke staat die rechtsbevoegdheid heeft over een deel van het gebied van één van de diersoorten waarop het verdrag van toepassing is, of die in dat gebied activiteiten uitvoert die kleine walvisachtigen nadelig kunnen beïnvloeden) en regionale economische organisaties. De meeste, maar nog niet alle landen in het gebied van de Overeenkomst zijn intussen toegetreden, waardoor ASCOBANS nog verder kan groeien. De Verdragssluitende Partijen delen met elkaar de bezorgdheid dat door de vernietiging van het leefgebied, door bijvangsten en door de mens veroorzaakte verstoringen (waaronder geluid), het voortbestaan van de kleine walvissen in de Noord- en Oostzee, het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en de Ierse Zee wordt bedreigd..

Wat doet ASCOBANS?
Walvisachtigen houden zich tijdens hun trektochten op zee niet aan door de mens op papier vastgelegde landsgrenzen. Daardoor is een doeltreffende bescherming van deze soorten enkel mogelijk door een gedegen internationale samenwerking. ASCOBANS bevordert een nauwe samenwerking tussen de verdragsstaten, om gunstige levensomstandigheden voor dolfijnen en kleine walvisachtigen te creëren. De verplichtingen voor de verdragspartners zijn onder meer het beschermen van de leefgebieden, het verzamelen van gegevens door middel van wetenschappelijk onderzoek, het verminderen van verontreiniging en het verspreiden van informatie aan het publiek. Om de opgestelde doelstellingen te realiseren, werkt ASCOBANS ook samen met niet-lidstaten, andere internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties.
Hoe werkt ASCOBANS?
Drie hoofdinstellingen ondersteunen de omzetting van het verdrag:
Vergadering van de Verdragsluitende Partijen (MOP – Meeting of Parties)
Deze vergadering van de verdragsstaten is het beslissingsorgaan van ASCOBANS.
De MOP wordt om de drie jaar georganiseerd. Tijdens deze vergadering worden
de vooruitgang en de ondervonden moeilijkheden bij het uitvoeren van de
Overeenkomst besproken. Tevens wordt het werkprogramma voor de volgende
drie jaren voorbereid. Behalve de verdragsstaten en de nog niet toegetreden
staten kunnen regionale, intergouvernementele (IGO’s) en niet-gouvernementele
organisaties (NGO’s) als waarnemer (zonder stemrecht) deelnemen aan deze
vergadering.
Vergadering van de Adviescomissie (AC – Advisory Committee)
Het AC, dat minstens eenmaal per jaar vergadert, geeft wetenschappelijk
en strategisch advies aan de verdragsstaten en het secretariaat over de
instandhouding en de exploitatie van kleine walvisachtigen en andere zaken
die relevant zijn bij het naleven van het verdrag. Elke Verdragsluitende
Partij heeft het recht een lid aan te wijzen voor deze Adviescommissie,
die indien gewenst door raadgevers kan worden begeleid. Net als bij de
MOP kunnen ook externe waarnemers deelnemen aan de AC-bijeenkomst, waarbij
ook hier de benoemde vertegenwoordigers van de staten als enigen beslissingsrecht
hebben.
Het secretariaat
De coördinatie van het verdrag is in handen van het ASCOBANS-secretariaat.
Het secretariaat is verantwoordelijk voor de administratieve taken, de
verzameling en verspreiding van informatie en de ondersteuning van de
verdragsstaten bij de omzetting van de Overeenkomst. Het secretariaat
is verder belast met de inhoudelijke en organisatorische voorbereiding
en de uitvoering van de vergaderingen van het AC en de MOP. Het secretariaat
speelt ook een belangrijke rol op het gebied van communicatie en voorlichting
Het ASCOBANS-secretariaat wordt evenals de CMS (Convention fo Migrating
Species) en andere dochter overeenkomsten geleid door het Milieuprogramma
van de Verenigde Naties (UNEP). Het secretariaat van ASCOBANS bevindt
zich in Bonn, Duitsland.
Meer informatie kunt u verkrijgen op onderstaand adres:
UNEP/ASCOBANS Secretariaat
UN Campus
Hermann-Ehlers-Str. 10
53113 Bonn
Tel.: +49 228 815 2416
Fax: +49 228 815 2440
E-mail: ascobans@ascobans.org
Wat zijn kleine walvisachtigen?
Kleine walvisachtigen, dolfijnen en bruinvissen behoren tot de biologische orde van de walvissen (Latijn = Cetacea). Het zijn in het water levende zoogdieren en ze komen grotendeels voor in de zee. Walvissen brengen hun hele leven door in het water.
Men onderscheidt twee hoofdtypes van walvissen. Dieren van de Mysticeti-suborde, de baleinwalvissen, hebben geen tanden, maar baleinplaten, waarmee ze hun voedsel uit het zeewater filteren. Ze zijn relatief groot en rekenen het grootste dier dat ooit op de aarde heeft geleefd, de blauwe walvis, onder hun soortgenoten. De meeste soorten van de Odontoceti-suborde, of tandwalvissen, zijn daarentegen duidelijk kleiner en worden daarom ook kleine walvisachtigen genoemd. Zij voeden zich hoofdzakelijk met vis en inktvis.
Waar komen kleine walvisachtigen voor?
Kleine walvisachtigen komen in zowat alle wereldzeeën en oceanen voor, en daarnaast ook in talrijke binnenwateren. Ook in de Noordzee, het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan en in de Ierse Zee komen talrijke soorten voor. In de Oostzee is alleen de bruinvis inheems. ASCOBANS beschermt alle soorten, subordes en populaties van tandwalvissen in dit gebied, met uitzondering van de grote potvis (Physeter macrocephalus).
De meest voorkomende soorten in het verdragsgebied zijn:
- Bruinvis (Phocoena phocoena)
- Tuimelaar (Tursiops truncatus)
- Gewone dolfijn (Delphinus delphis)
- Witsnuitdolfijn (Lagenorhynchus albirostris)
- Witflankdolfijn (Lagenorhynchus acutus)
- Gestreepte dolfijn (Stenella coeruleoalba)
- Grijze dolfijn (Grampus griseus)
- Zwaardwalvis of orka (Orcinus orca)
- Griend (Globicephala melas)
- Butskop (Hyperoodon ampullatus) en andere spitsneusdolfijnen (Ziphiidae).
Kleine walvisachtigen in nood!
De meeste walvis- en dolfijnsoorten zijn zeer mobiel en volgen hun buit over lange afstanden of trekken regelmatig tussen voortplantings- en voedingsgebieden. Tijdens die trektochten worden ze aan een aantal gevaren blootgesteld, zeker in het ASCOBANS-gebied. Bijvangst, dat is de onopzettelijke vangst in visnetten geldt, als de grootste bedreiging. Ieder jaar verdrinken duizenden kleine walvisachtigen, omdat ze in vissersnetten verstrikt raken en niet meer aan de oppervlakte kunnen komen om adem te halen. Een ander ernstig probleem, dat internationaal gecoördineerde inspanningen vereist, is de zeeverontreiniging. Giftige stoffen zoals zware metalen en moeilijk afbreekbare organische verbindingen (bijv. PCB’s), komen in de voedselketen terecht en zetten zich vast in het lichaamsweefsel van de zeedieren, wat leidt tot ernstige gevolgen voor hun gezondheid. Het commerciële scheepvaartverkeer, industriële activiteiten (bijv. de constructie en exploitatie van boorplatformen en windmolenparken, maar ook sloopwerkzaamheden en seismisch onderzoek), explosies en sonarinstallaties van de marine veroorzaken lawaaihinder onder water. Deze geluidshinder kan tot gedragsveranderingen, lichamelijke schade en zelfs tot de dood leiden. De groei van het scheepvaartverkeer leidt steeds vaker tot aanvaringen tussen schepen en walvissen, en is een bron van toenemende bezorgdheid.
De omvang en de gevolgen van deze bedreigingen verschillen per gebied en per getroffen soort. Een dramatisch voorbeeld is de afname van het aantal bruinvissen in de Belten (zeestraten bij Denemarken) en de centrale Oostzee. Sinds 1930 vindt een sterke afname van de populatie plaats. Dit is niet alleen het geval in het centrale deel van de Oostzee, maar ook in het gehele vroegere verspreidingsgebied.. Vandaag vindt men de bruinvissen bijna enkel nog in het uiterste westen van hun oorspronkelijke leefgebied, in het Kattegat en in de Belten. Slechts uiterst zelden worden ze aan de Duitse, Poolse en Zweedse Oostzeekust waargenomen. Bruinvissen worden in het bijzonder bedreigd door de visvangst met staandwantnetten, waarbij jaarlijks in de Noordzee alleen al duizenden dieren door bijvangst om het leven komen.
De gewone dolfijn (Delphinus delphis) komt veel voor in de Atlantische Oceaan. Vooral in de Keltische Zee en in de Golf van Biskaye sterven vele dieren als bijvangst in de sleep- en drijfnetten van internationale vissersvloten. De bekende tuimelaar (Tursiops truncatus) leeft zeer vaak in de buurt van de kust, waardoor hij geregeld wordt blootgesteld aan menselijke bedreigingen zoals bijv. zeeverontreiniging, bijvangst en lawaaihinder onder water.
Welk effect alle menselijke activiteiten gezamenlijk op zeedieren hebben, is moeilijk in te schatten, maar het is duidelijk dat gebrek aan voedsel door overbevissing, vernietiging van het leefgebied en klimaatsverandering, ernstige gevolgen hebben voor walvissen, dolfijnen en bruinvissen.